Vlak voordat we landen op de internationale luchthaven van Kuala Lumpur zien we zover als het oog reikt gigantische palmolieplantages. Dikke business hier in dit land, maar triest om te beseffen dat al het tropisch regenwoud hiervoor gekapt is. Ook op het vliegveld is het gelijk dikke business, want op de weg naar het busstation worden we eerst door een grote shopping-mall geloosd met grote ketens, zoals H&M en ZARA. Het is een voorproefje van wat ons de komende tijd te wachten staat. Overigens is echt alles hier tot in de puntjes geregeld, van een betrouwbare informatiebalie waar je gelijk een kaart krijgt van de stad tot aan de bussen met airconditioning die op tijd rijden. Na een klein uur rijden zien we overal wolkenkrabbers aan de horizon verschijnen en beseffen we dat we weer in een wereldstad zijn.

De eerste dag doen we niet veel en genieten we van onze kleine maar fijne hotelkamer midden in Chinatown met een goed bed, airco en uitstekende Wifi. Daar maken we dan ook ultiem gebruik van om een flink aantal foto’s te uploaden en de laatste twee seizoenen van ‘Game of Thrones’ te downloaden. Vervolgens leren we stukje bij beetje meer van de stad en haar culturele diversiteit kennen. Het is een mengelmoes van culturen met ca. 50% autochtone Maleisiërs, 25% van oorsprong Chinezen, 10% Indiërs en nog een groep overige Maleisiërs, waarvan veel Westerlingen omdat het vroeger een Britse kroonkolonie was. Deze enorme verscheidenheid zien we dan ook terug in de architectuur van de religieuze bouwwerken: moskeeën, kerken en hindoeïstische-, boeddhistische- en taoïstische tempels. Eén van de bijzonderste tempels treffen we aan zo’n tien kilometer ten noorden van de stad. Tegen een steile heuvel liggen de Batu Caves, een heilige plaats voor de Hindoes. Na 272 treden bereiken we het hoogtepunt van dit tempelcomplex en hebben we over de schouder van het 42 meter hoge standbeeld van Lord Murugan uitzicht op de skyline van Kuala Lumpur.

De volgende dagen krijgen we zelfs een nóg beter uitzicht op de skyline van de stad. Eerst wanneer we tijdens het ‘blauwe uurtje’ (voor de fotografen onder ons) een mooi plekje weten te bemachtigen aan het meer van Titiwanga. Maar het ultieme moment volgt later als we via een gouden tip van Daan (oud-huisgenoot van Brenda) tegen zonsondergang op de 34e verdieping van een oud kantoorgebouw belanden. Nergens staat er iets over aangekondigd, maar wanneer we de lift uitstappen blijkt er een hippe lounge-bar te zitten. Nadat we een biertje hebben besteld en de klok 18:00 uur heeft geslagen, mogen we nog twee verdiepingen hoger en komen we terecht op het helikopterplatform. Verspreid staan er een aantal tafeltjes, waarvan slechts de helft bezet is. We nemen plaats en genieten van een fantastisch 360 graden uitzicht over de stad. Langzaam gaat de zon onder, springen de felgekleurde lichten van de KL-Tower en de witte lichten van de Petronas-Towers aan, en bestellen wij nog een tweede rondje…

Kuala Lumpur promoot zich als derde shopping-stad ter wereld, en eerlijk gezegd kun je daar ook niet omheen. Het centrum staat vol met reusachtige shopping-malls, waarvan sommige met wel acht verdiepingen, en je loopt als het ware van de ene naar de andere. En als je geen zin hebt om te lopen dan kun je ook altijd nog de monorail nemen, want die is er ook. Nadat wij de inhoud van onze backpack flink ververst hebben, vinden we het na een week weer mooi om verder te gaan en stappen we op de bus naar Georgetown, op het eiland Pedang aan de westkust van Maleisië.

Georgetown wordt ook wel de parel van Maleisië genoemd, alleen niet vanwege prachtige zandstranden. De stad staat namelijk op de UNESCO-werelderfgoedlijst vanwege haar culturele en artistieke rijkdom. Deze plek, die ooit ontstaan is als een vrijhaven voor de Oost-Indische Compagnie, heeft door de jaren heen kolonisten uit alle windstreken aangetrokken. Wanneer we een wandeling door de stad maken, ontdekken we gelijk alle multi-culti invloeden. Zo bekijken we een aantal Chinese tempels en eten we tikka masala met chapatti in de wijk ‘Little India’. Een bezoek aan het lokale museum leert ons verder dat Maleisische, Chinese, Indiase, Arabische, Birmese en Europese leefgemeenschappen hier al eeuwen vredig met elkaar samenleven. Zo kan het dus ook :)! Het gemis van fatsoenlijke stoepen in combinatie met regelmatig een vleugje putlucht maakt het wandelen door deze ‘parel’ wel iets minder prettig. Daarentegen zijn er in de vele steegjes toffe muurschilderingen te vinden die het artistieke gehalte weer eer aan doen.

Onze laatste dag op het eiland brengen we door buiten de stad. Met een lokale bus gaan we richting de Penang Hill en bezoeken we de boeddhistische Kek Lok Si tempel, waar een reusachtig standbeeld van de god Guanyin staat. In deze tempel hangen we een wenslint voor ons samenzijn aan de volle, gekleurde takken van een wensboom (net een huwelijk zo’n wereldreis ;). Even later stappen we in de kabeltram die ons tot boven aan de Penang Hill brengt en genieten we van het weidse uitzicht tot aan Pulau Langkawi (onze volgende bestemming), om vervolgens via een pittige tocht langs meerdere groepen met makaken terug omlaag te hiken naar ons hostel.