Met een speciale casino-bus, die gokverslaafde Thaise vrouwen heen en weer pendelt naar de vele casino’s in het grensgebied met Cambodja, komen we Bangkok binnenrijden. Voor Bram is het niet de eerste keer dat hij hier is, maar toch zijn herkenningspunten lastig te vinden. In 12 jaar tijd blijkt er een hoop te zijn veranderd. De backpackersstraat Khao San Road heeft een volledige metamorfose ondergaan, waardoor de charme en relaxte sfeer verloren zijn gegaan. Maar gelukkig ontdekken we al snel dat de gezelligheid verplaatst is naar de naastgelegen Rambuttri Road, waar vroeger niet veel te doen was maar nu gevuld is met winkeltjes en restaurantjes. Verder zijn er nóg meer 7-Elevens geopend, alle muffe internetcafés verdwenen en is een ritje met een tuk-tuk tegenwoordig duurder dan een taxi. Toch zijn veel dingen ook hetzelfde gebleven, zoals de prachtige tempels en gouden Boeddhabeelden, de ‘kikkervrouwtjes’ in Khao San Road en talloze kraampjes en karretjes met overheerlijk Thais streetfood. Want voor een goede Pad Thai (gebakken noedels), Massaman curry of Kai Med Ma Muang (kip met cashewnoten) hoef je niet naar een duur restaurant. Voor een paar euro wordt het eten gewoon onder je neus op straat klaargemaakt en is het smullen geblazen.

Behalve onze dagelijkse culinaire uitstapjes doen we het in Bangkok lekker rustig aan. We shoppen nieuwe kleding, bezoeken enkele tempels en beklimmen de gouden berg, wat overigens ook weer een tempel is. Omdat er een lichte vorm van tempelmoeheid begint te ontstaan, boeken we een dagtourtje naar Kanchanaburi in het westen van Thailand met als doel ‘The bridge on the River Kwai’. Niet dat de brug nou zo enorm spectaculair is, maar hij zit om onverklaarbare reden al lange tijd in ons reisvocabulaire. Als we ergens een brug zien of het erover hebben, dan wordt die brug eigenlijk altijd automatisch omgedoopt tot ‘The bridge on the River Kwai’. Tijd dus om nu eens de echte te gaan zien. Als we voor vertrek een sticker opgepakt krijgen en met een groep oude mensen met witte sportsokken aan in een busje worden gepropt, beseffen we gelijk weer waarom we normaal deze tourtjes overslaan. Gelukkig hebben de meeste oude van dagen een andere kleur sticker en wordt de groep bij aankomst opgesplitst.

Na een kort bezoek aan de bekende brug stappen we in een oude boemeltrein en rijden we een stuk over de dodemansspoorlijn van Thailand naar Birma, welke in de Tweede Wereldoorlog door krijgsgevangenen is aangelegd. Tijdens de bezetting van de Japanners werden krijgsgevangen, waaronder ook veel Nederlanders, onder dwang dag en nacht aan het werk gezet. Uiteindelijk werd de bouw van de 415 km lange spoorlijn in 16 maanden voltooid en kostte het 16.000 geallieerde krijgsgevangen hun leven. Terwijl die gedachten door ons hoofd gaan, maakt de trein opeens abrupt een noodstop en blijkt er een omgewaaide boom op het spoor te liggen. Alsof het zo moest zijn, verlaat iedereen de trein en worden we naar de weg begeleid, waar al snel de busjes van de touroperators arriveren. Na een enigszins matig lunchbuffet sluiten we die middag onze georganiseerde tour af met een tocht op een bamboevlot over de rivier en een ritje op een olifant!

Diezelfde avonds nog stappen we in Bangkok in de nachttrein naar onze volgende bestemming, de stad Chiang Mai in het noorden van Thailand. Na de lange, vermoeiende dag slapen we allebei als een roos, waarna we de volgende ochtend vrolijk gewekt worden met verse koffie en ontbijt. Het landschap oogt droog, wat natuurlijk niet gek is in het droogseizoen, maar het neemt daarna wel extreme vormen aan als we aan alle kanten bosbranden zien. Ondanks alle rook rijdt de trein rustig verder en komen we rond het middaguur aan op onze bestemming. De oude stad van Chiang Mai staat vol met tempels en diezelfde middag gaan we gelijk al op verkenningstocht uit. ’s Avonds eindigen we op de gezellige en drukbezochte avondmarkt, waar we onze voetjes even lekker los laten masseren. Eén van de heiligste tempels van noord-Thailand, Wat Phra That Doi Suthep, is op een half uur rijden buiten de stad bovenop op een berg gebouwd. Een statige trap met gemozaiëkte reling van drakenschubben leidt naar een prachtige gouden tempel. Eenmaal boven hebben we uitzicht over Chiang Mai en zien we verschillende boeddhisten neerknielen, bidden en offers brengen bij de Boeddhabeelden van goud en jade. Dit blijft toch altijd een bijzondere ervaring.

Een andere activiteit waar Chiang Mai bekend om staat is het doen van een kookcurus. Op aanraden van ons hostel reserveren we bij ‘Basil’, want de lerares schijnt goed Engels te kunnen en door een kleinere groep krijgt iedereen de volle aandacht. Als we haar de volgende middag ontmoeten blijkt niets minder waar. Bovendien blijkt Apple (onze lerares) over een flinke dosis humor te beschikken, waardoor het een hele toffe middag wordt. Er staan zeven verschillende gerechten op het menu die we zelf mogen uitkiezen. Eerst gaan we met zijn allen naar de markt om inkopen te doen en krijgen we uitleg over de aanwezige groenten, kruiden en oliën die gebruikt worden binnen de Thaise keuken. Daarna worden we in het leslokaal flink aan het werk gezet en geeft Apple instructies: “You want spicy? Tourist spicy or Thai spicy? In Thailand more spicy is more sexy, so let me see how sexy you are, hahaha!” De stemming zit er gelijk goed in en met veel enthousiasme hakken we groenten en kruiden in stukjes, bereiden we verse curries, en staan we lekker te wokken. “Garlic…10 seconds, now one spoon fish oil and one spoon soy sauce…okay give me some love…high fire and don’t stop stirring! Add the herbs right now…and your dish is ready!”. Het één na het andere traditionele Thaise gerecht verschijnt op tafel. Zo maken we onder meer Tom Kha Kai (kippensoep met kokosmelk), verse vegetarische loempia’s, Pad See Ew (gebakken rijstnoedels), gebakken rijst met gehakt en basilicum, authentieke Pa-nang & green curry, en als toetje gebakken banaan met ijs. Eet smakelijk!