De inwoners van Myanmar hebben een bijzondere uiterlijke vertoning. De meeste mannen en vrouwen dragen geen broek of rok, maar een sarong die longyi wordt genoemd. Daarnaast smeren Birmese vrouwen en kinderen iedere dag een dikke laag thanaka (een gele verfstof dat gemaakt wordt van de bast van de Thanaka-boom) op hun gezicht. Dit heeft een verkoelend effect, voorkomt een vette huid en beschermt de huid tegen de zon. De mannen doen hier niet aan, maar onderscheiden zich weer op een andere manier door het kauwen van lokale pruimtabak met betelnoot. Hierdoor hebben ze vaak een half weggevreten gebit met rode tanden en moet je op straat opletten dat je niet geraakt wordt door een rode klodder spuug. Ondanks deze bijzondere uiterlijke kenmerken zijn het echt schatten van mensen en worden we overal begroet met een brede glimlach.

Ook in Pyin Oo Lwin, een koloniaal bergplaatsje met een aangenaam koel klimaat, verbazen we ons weer over de ongekende vriendelijkheid en behulpzaamheid van de mensen. Na het inchecken bij het hotel worden onze zware backpacks door een paar kleine meisjes naar onze kamer gesjouwd en ook tijdens het diner worden we volledig op onze wenken bediend: “One Myanmar beer sir, is this one okay, can I open it for you?” Hun nederige houding voelt onwennig, al is de royale behandeling ook wel weer fijn. De volgende dag huren we een schakelbrommer en rijden we via een prachtige route door de bergen naar een verborgen pareltje, de Dee Doke watervallen. We hiken naar boven waar je kunt zwemmen in een paar poelen met kraakhelder, lichtblauw water. Zodoende dobberen we die middag heerlijk rond in een opblaasbare band en spelen we vrolijk met de lokale kindjes. Op de terugweg begint de krakkemikkige brommer te pruttelen en komen we ineens geen meter meer vooruit. Onze vlotte rit lijkt ineens een hele lange te gaan worden, tot we na 500 meter duwen een monteur tegen het lijf lopen die ons met een litertje benzine weer op weg helpt.

De treinreis naar onze volgende bestemming is op zichzelf al een vette activiteit. Anders dan bij over de weg, rijdt de trein in een rustig tempo dwars door mooie landschappen en langs akkers waar een hoop mensen aan het werk zijn. Halverwege de rit wacht ons het letterlijke hoogtepunt als de trein aankomt bij het befaamde Gokteik viaduct. Deze spoorbrug van 750 meter lang, die inmiddels al ruim een eeuw(!) oud is, staat boven een vallei van meer dan 100 meter diepte en geldt nog steeds als een knap staaltje engineering. Stapvoets kruipt de trein over het ijzeren geraamte, waarbij het uitzicht (vooral ook naar beneden) spectaculair is. Enkele uren later rijden we Hispaw binnen en verlaten we de trein. Die avond liggen we vroeg in bed, zodat we de volgende ochtend fit zijn voor een trekking door de bergen van twee dagen met overnachting. Een tocht die vanwege een gewapende strijd in de regio overigens niet geheel zonder risico is en alleen onder begeleiding van een ervaren gids verantwoord is om te doen.

We hebben mazzel dat er een ervaren gids beschikbaar is die de lokale taal spreekt en onze groep, bestaande uit een Canadese man, een professionele fotograaf uit Ecuador en een ander Nederlands stel, kan bijpraten over het conflict. Hij vertelt ons dat bepaalde groeperingen binnen de Shan-provincie, waar we ons op dat moment in begeven, zich min of meer wil afscheiden van Myanmar. In die strijd om meer autonomie vinden er geregeld gevechten plaats met regeringstroepen. Onderweg merken we hier meteen al wat van als we gewapende mannen zien patrouilleren. We begroeten hen met maisungka (lokale Shan-taal) in plaats van minglawa (Birmees) en daarmee krijgen we gelukkig een glimlach als respons. We lopen verder door gortdroge landschappen, waarbij het vergezicht helaas beperkt wordt door rook van kleine brandjes op akkerranden die de boeren zelf in brand steken. Dit doen zij ieder jaar voor aanvang van het regenseizoen om de gronden weer vruchtbaar te maken. Maar het is vooral de ontmoeting met lokale mensen die deze tocht speciaal maakt. Overal komen schattige kindjes ons tegemoet rennen om ons te begroeten of om opgetild te worden. Uiteindelijk arriveren we halverwege de middag in het dorpje Pankam en krijgen we heerlijke uitgebreide maaltijd geserveerd in de homestay van een theeboer. Na een primitieve douche met een paar bakjes koud water vallen we die nacht moe en voldaan in slaap.

De volgende ochtend zijn we weer vroeg uit de veren en wandelen we terug richting Hispaw. We reizen daarna met de nachtbus gelijk verder naar Bagan, de tempelstad van Myanmar. Deze voormalige hoofdstad beslaat een gebied van ruim 42 km2 en staat vol met duizenden tempels. Wanneer we ’s ochtends nog in het donker arriveren zijn we gesloopt van de nachtelijke rit. Door de krappe zitplaats, de vele bochten en (wederom) veel kotsende locals hebben we maar amper een oog dichtgedaan. Gelukkig hebben we dit keer een iets luxer hotel met zwembad geboekt en kunnen we extra vroeg in onze kamer. We besluiten om die dag eerst eens goed uit te rusten, voordat we het gebied gaan verkennen. De beste manier om dit te doen is op een zogenaamde e-bike; een elektrische brommer met een accu die je overal kunt huren. De eerste dag huren we allebei zo’n ding en scheuren we over de smalle zandpaadjes door het gebied. Echt een supertoffe ervaring, want je kunt gaan en staan waar je wilt en zo de grootste drukte mijden.

De dagen die volgen zetten we iedere ochtend om vijf uur de wekker om steeds vanaf een andere tempel de zonsopkomst te bekijken. Het is een magische ervaring om de eerste zonnestralen te voelen en tientallen luchtballonnen boven de talloze tempels uit te zien stijgen. Iedere ochtend vertrekken er namelijk luchtballonen voor een ritje van zo’n anderhalf uur over het gebied. Natuurlijk een vette ervaring, maar de 400 dollar per persoon die mensen daarvoor neertellen is ons toch iets te gortig. We vinden het prima om het spektakel vanaf een eeuwenoude tempel te kunnen aanschouwen. En behalve de vele prachtige tempels en kolossale Boeddhabeelden waarderen we met name ook de ontmoetingen met de lokale mensen die tussen de tempels wonen en werken. Sommigen proberen souvenirs aan toeristen te verkopen, maar de meesten zijn gewoon bezig met de dagelijkse bekommeringen, zoals het laten grazen van hun koeien en geiten of het regelen van water en hout om op te koken. Daarnaast maakt men ook tijd vrij voor het boeddhistische geloof en zien we enorme processies door de straten trekken. Al die dingen maken Bagan speciaal en zorgt ervoor dat we intens genieten. Tot slot sluiten we onze dagen ook weer ergens af op een rustige tempel en zien we hoe de zon langzaam achter de horizon wegzakt en de tempels van Bagan in de duisternis verdwijnen.