Ha Giang – noord Vietnam, 15 juni 2017

Op zoek naar het ultieme gevoel van vrijheid, huren we voor acht dagen een brommer om het unieke landschap in het noorden van Vietnam te verkennen. Bram op een semi-automatische 110cc Honda Wave S en Brenda op een automatische 135cc Yamaha Nouvo. Eén grote en een kleine tas binden we achterop. Remmen? Check! Remlichten? Check! Benzinetank? Leeg. Voor nog geen 4 euro gooien we eerst beide tanks vol en dan zijn we klaar voor onze 1e dag met 110km op het programma, bestemming Yen Minh. We nemen weg QL4C richting het noorden en na enkele kilometers verschijnen al de enorme kalksteen rotsformaties die uit het groene landschap lijken te springen. Er verschijnt een groot bord boven de weg met de aankondiging dat we het Dong Van Karst Plateau inrijden, een UNESCO Geopark, met indrukwekkende valleien en karstbergen die door deze ‘titel’ worden beschermd tegen de ontginning van grondstoffen en houtkap. Via een lange, slingerende weg omhoog, die niet voor niets Heaven’s Gate Pass wordt genoemd, arriveren we in het kleine dorpje Yen Minh.

Het plan is om de volgende dag 84km af te leggen naar het volgende dorp Dong Van, maar als we na 10km rijden de eerste regendruppels voelen en de lucht er dreigend uitziet, besluiten we te schuilen onder een afdak van een autowerkplaats. De man die aan het werk is groet ons vriendelijk en geeft een knikje als blijk dat het goed is dat we even komen schuilen. Als het om ons heen steeds donkerder kleurt en het met bakken uit de hemel komt vallen, wordt ons snel een krukje toeschoven en thee ingeschonken. Met behulp van Google Translate vertalen we het Engels naar Vietnamees en wisselen we op deze manier een paar worden met de man en zijn vrouw, die later ook aanschuift. Het lijkt voorlopig nog niet op te klaren en zelfs onder het afdak worden we nat door de wind, dus worden we binnen uitgenodigd. Ook al kunnen we amper met ze communiceren, gebaren en een grote glimlach laten blijken dat we ontzettend welkom zijn. Voor ons toch wel een bijzonder gebaar; ze leggen het werk neer, nodigen vreemde mensen uit in hun huis en bieden verse thee aan als blijk van hun gastvrijheid. Daar zouden we in Nederland nog wat van kunnen leren ;-). En onze eindbestemming van die dag? Dat wordt uiteindelijk ook het beginpunt: Yen Minh.

De derde dag zijn de weergoden ons beter gestemd en rijden we van Yen Minh naar Meo Vac, via Dong Van. Dit deel van onze route staat bekend als één van de mooiste in Vietnam. Via een weg met een stijgingspercentage van ruim 10% en een paar haarspeldbochten zien we vanaf onze brommer al snel dat hier niets van gelogen is. Het woeste landschap met haar golvende groene bergtoppen en steile rotswanden zou perfect als filmdecor kunnen dienen en is meteen één van de meest bijzondere die wij in zuidoost Azië hebben gezien. De laatste 22km, van Dong Van naar Meo Vac, volgen we de Ma Pi Leng Pass. De smalle weg is uit de bergen gehakt en slingert langs een vallei met een opeenvolging van spectaculaire uitzichten. Om de zoveel kilometer zetten we dan ook even onze brommer aan de kant om te genieten van het landschap en een paar foto’s te schieten. Behalve de overweldigende natuur, zorgt ook de rijke cultuur van de bergstammen die hier leven voor bijzondere beelden. Onderweg zien we etnische minderheden die bezig zijn met hun dagelijkse activiteiten om in deze grensregio te overleven. Zo verzamelen ze gras, hout of stenen langs de kant van de weg of drijven ze hun vee kilometerslang over de weg. We rijden dan ook eigenlijk niet harder dan 20-40km/h, want voor je het weet staat er ineens een buffel voor je neus!

Met dank aan onze planning, valt het bezoek aan Meo Vac precies samen met de wekelijkse zondagsmarkt. Van heinde en verre komen alle bergbewoners hier samen om handel te drijven en op de hoogte te blijven van de laatste nieuwtjes. Als we wakker worden om 07:00u, horen we vanuit onze hotelkamer dat de markt al in volle gang is en dus maken we ons snel kaar om ons in het gedruis te mengen. Op de stoep voor ons hotel komt ons meteen een explosie van kleuren, geluiden én geuren tegemoet. Alle vrouwen van iedere etnische groep dragen hun eigen kenmerkende, fleurige kleding en hoofddeksels. In de straat worden allerlei groenten, exotisch fruit, kruiden, rijst en maïs verkocht en verderop bij het kruispunt zien we vervolgens waar al dat gekrijs vandaan komt. Hier worden de jonge biggen en koeien verhandeld. Als Brenda een paar portretten maakt van een paar vrouwen langs de kant van de weg, worden we meteen uitgenodigd om erbij te komen zitten. Ze drinken zelfgestookte rijstwijn en de borrelglaasjes worden voor ons gevuld. We kunnen eigenlijk niet met ze communiceren omdat niemand een woord Engels spreekt, maar proosten in universeel dus doen we gezellig mee. Alleen nog vóór we ons glaasje leeg hebben, staat de volgende al weer klaar. Haha, ze willen ons niet meer laten gaan, maar omdat we die middag nog een kleine 72km willen rijden, bedanken we ze hartelijk en knijpen we er tussenuit.

Wordt vervolgd…