Met een goedgevulde rugzak vol mooie herinneringen van onze brommertocht door het noorden van Vietnam keren we terug in Hanoi. In het oude centrum bestellen we voor de laatste keer échte Vietnamese loempia’s en drinken we tussen de locals nog een vers getapte bia hoi. We nemen daarmee afscheid van het sfeervolle Vietnam, een land waar we in totaal ruim twee maanden zijn geweest, en vervolgen onze reis met een vlucht naar Thailand. Ook hier zijn we niet voor het eerst, maar Bangkok ligt strategisch gunstig om verder te reizen. Aan een uitgewerkt reisplan ontbreekt het echter. Bij aankomst in ons hotel voelt het een beetje als thuiskomen en doen we de ‘bekende dingen’; we halen koffie bij dat goede zaakje op de hoek (Brenda is fan geworden van cappuccino), doen boodschappen bij de 7eleven en bestellen ’s avonds een heerlijke Thaise curry bij ons favoriete eettentje. Tijdens het eten maken we de balans op en brainstormen we over een plan voor de komende tijd. Wat willen we nog graag in Thailand zien of doen? Bram noemt Ayutthaya, de oude hoofdstad van Thailand met een groot archeologisch park, waar hij eerder ooit met Falco is geweest (en daarna jarenlang met een T-shirt ervan heeft rondgelopen). Brenda lijkt het verder ook fijn om eens heerlijk te relaxen in een resort op een tropisch eiland. En zoals het wel vaker bij ons gaat… doen we het vervolgens gewoon allebei!

De historische stad Ayutthaya ligt zo’n 70 kilometer ten noorden van Bangkok. Vanuit Khao San Road worden overal dagtripjes aangeboden, maar daar zijn we inmiddels helemaal klaar mee. Als het maar even kan dan vermijden we deze overbetaalde vorm van toeristenhandel. Bij de gedachte om de hele dag rond te lopen achter een slecht Engelssprekende gids met een felgekleurde sticker op je shirt, krijgen we al de kriebels…zeg maar gerust jeuk! Dus nemen we de trein en reizen we in de 3e klasse voor nog geen 40 cent per persoon naar Ayutthaya. Gewoon lekker gezellig naast een stel monniken, de een net iets te dik, de ander verslaafd aan nicotine en nog een ander die ‘I love you’ naar passerende vrouwen fluistert. Op die manier blijf je je verbazen en kom je ook waar je wilt zijn. In Ayutthaya dus, waar we bij aankomst een fietsje huren om de omgeving mee te verkennen. We bezoeken verschillende sites en proberen zoveel mogelijk de drukte te mijden. Gelukkig lukt dat grotendeels ook, behalve bij dé plek waar een oude boom volledig om het hoofd van een stenen Boeddhabeeld heen is gegroeid, want daar blijven de georganiseerde groepen toestromen. Maar een mooi gezicht is het zeker wel en dat geldt ook voor de historische Wat Yai Chai Mongkhon tempel. We sluiten de dag af bij een immens grote, liggende boeddha, waar we blaadjes met bladgoud tegenaan plakken voor nog wat geluk en voorspoed tijdens de laatste maanden van onze wereldreis.

Voor een goede deal in een kleinschalig resort pakken we vanuit Bangkok de trein richting het zuiden en strijken we neer op het eiland Koh Lanta, waar het nu laagseizoen is. Voor een prikkie (slechts een kwart(!) van de normale prijs) boeken we een luxe kamer met alles erop en eraan. Het uitgebreide ontbijt en een infinity pool met uitzicht over de baai en het strand maken de belevening compleet. Het staat in groot contrast met een gemiddelde kamer in ‘backpackersstijl’ met wat schimmelvlekken op de muur of een verdwaalde kakkerlak die onder het bed vandaan kruipt. Overigens betekent het laagseizoen in Koh Lanta niet dat het slecht weer is, want elke dag is het heerlijk weer en schijnt de zon. Het is overal wel rustig en sommige restaurants zijn gesloten, maar daardoor hebben we het mooie zwembad vaak alleen voor onszelf. Gelukkig worden er op het eiland nog wel verschillende feestjes georganiseerd en gaan we naar de halfmoon party bij de Freedom Bar. Niets in vergelijking met de fullmoon party op Koh Phangan, maar daardoor niet minder gezellig. Door de knusse sfeer van de strandbar ontmoeten we gelijk een hoop andere mensen, spelen we een potje pool en sluiten we af op de dansvloer. De volgende dag pakken we de scooter om wat meer van het eiland te verkennen. Via een aantal geweldige uitzichtpunten komen we aan bij het nationale park in het zuidelijkste puntje. We klauteren op een paar rotsen richting de vuurtoren voor een weids uitzicht over de baai met aan twee zijden een prachtig strand. In de verte zien we alleen een paar aapjes op het strand die zich verlekkeren aan het fruit uit de bomen. Dat bevalt ons een stuk beter dan hordes toeristen in zwemkleding 😉

Afscheid nemen is altijd moeilijk, en zo ook van Thailand. Het heerlijk relaxte Koh Lanta zal (voorlopig) onze laatste Thaise bestemming zijn. Want onze afscheidstour door Zuidoost-Azië gaat weer verder… En nu we toch zó dicht in de buurt zijn, en een vlucht goedkoper is dan een gemiddelde treinrit in Nederland, kunnen we het niet laten om ons geliefde Indonesië ook nog een laatste keer aan te doen. Er zijn nog vele eilanden die we in dit land nog niet hebben gezien, en we kunnen daarom niet wachten om de komende tijd onder andere Flores te gaan verkennen!