Het is nu de derde keer dat ons paspoort wordt voorzien van een Indonesisch visum. En zo begint ons paspoort al een aardige collectie van grensovergangen te worden. Met een splinternieuw reisdocument vlogen we in 2015 naar Mexico-City en 21 maanden later zijn er nog maar vier lege pagina’s over om te stempelen. De douanier krijgt een glimlach op zijn gezicht als er na 26 pagina’s bladeren nog een plekje vrij is en wenst ons een prettig verblijf: “Selamat datang di Indonesia!”. Het geeft een heerlijk gevoel om weer terug te zijn in ons geliefde Indonesië. Onze eerste bestemming is meteen een bekende: Kuta, in het zuiden van Lombok. Een jaar later valt meteen op dat de ontwikkelingen hier razendsnel gaan. In de straat van onze homestay zijn zeker acht nieuwe restaurants en barretjes geopend. Gelukkig hangt er nog steeds een laid-back sfeer met ’s avonds livemuziek bij de reggae-bar en is een falafel-salade of smoothie-bowl eigenlijk alleen maar een fijne afwisseling op het Aziatische menu. Na drie nachten op Lombok nemen we een vlucht, via Bali, naar het eiland Flores. De overstap op Denpasar bezorgt ons meteen een licht gevoel van heimwee, maar onze nieuwsgierigheid naar onbekende plekken weegt daar gelukkig tegenop.

In een klein propellertoestel vliegen we naar Maumere in het westen van Flores. Het plan is om over land en zee in oostelijke richting terug te reizen naar Lombok, waar we de helft van onze bagage hebben achtergelaten. Als we in Maumere in de lokale bus stappen, wordt meteen duidelijk met welke standaarden we hier weer te maken hebben. De bekleding van de bankjes is helemaal afgerafeld en onderaan de stoelpoot ligt een kip te spartelen die daar met een touwtje is vastgebonden. Gelukkig hoeven we de eerste dag maar een klein stuk af te leggen naar onze eerste stop Paga Beach. Hier huren we de volgende dag een scooter om naar Koka Beach te gaan, één van de meest paradijselijke stranden in Indonesië. Op de top van een groene heuvel hebben we uitzicht over twee baaien die het echte ‘bounty-gevoel’ compleet maken. Die middag vertoeven we heerlijk in de zee en op het zand met enkel een paar andere strandliefhebbers. De fascinatie voor Flores begint hier en gaat verder. Na één nacht in Paga reizen we alweer door naar Moni, dat een stuk hoger gelegen is. ’s Avonds trekken we meteen een lange broek en vest aan, want het is voor ons gevoel met 16°C superkoud.

Het dorpje Moni ligt aan de voet van de Kelimutu vulkaan met op de top een uniek natuurverschijnsel. Op een hoogte van 1690 meter liggen namelijk drie kratermeren met verschillende kleuren die in de loop der jaren zijn veranderd door de mineralen die erin zitten. Als we bij ons guesthouse informeren naar de kosten om de vulkaan te bezoeken, schrikken we van de hoge prijzen. Het vervoer komt neer op zo’n €15 en de entree is €30 voor twee personen. Dat is duidelijk boven ons budget en dus komen we al snel met het alternatief om zelf het hele stuk naar boven te lopen. We hebben ten slotte al vaker vulkanen beklommen en zijn wel in voor een sportieve uitdaging. De weg loopt omhoog via verschillende dorpjes, waar we vriendelijk worden begroet door de lokale bevolking. Onderweg wordt ons zelfs een schuilplek aangeboden als het harder dreigt te gaan regenen. Ondanks de dikke bewolking besluiten we toch door te lopen naar de top. Dankzij de alternatieve route die we nemen, komen we niet langs de entreepoort en besparen we ook nog eens het dure zondagstarief voor het nationale park. Vier uur later, compleet bezweet, komen we aan bij de kraterrand en bij de eerste blik naar beneden is daar meteen het ‘WAUW-effect’. De blauwe kleuren van het water steken fel af bij het grillige gesteente van de vulkaan. De lucht klaart zelfs voor een deel op en er verschijnt blauwe lucht in de achtergrond. Een fantastische beloning van onze klim naar de top!

Gezien de beperkte tijd die we hebben in Flores, reizen we de volgende dag verder naar Bajawa. Dit dorp, centraal gelegen op Flores, ligt op zo’n 175km van Moni. Gezien je door de bergen rijdt en de wegen niet altijd even goed zijn, zou je hier in 7 uur wel moeten zijn. Maar uiteraard deden wij daar íets langer over. Met enkele tussenstops en een wachttijd van zo’n 2 uur op het busstation in Ende om daar weer met een volle bus te vertrekken, komen we 10 uur later in het donker aan. Onze zoektocht naar een guesthouse is deze keer minder succesvol. Alles is vol of zwaar overpriced voor wat je ervoor terugkrijgt. We besluiten daarom maar om in een schraal kamertje te slapen en de volgende dag op zoek te gaan naar iets beters. Gelukkig vinden we dat ook en komen we terecht bij een homestay waar we heerlijk een dagje op de bank relaxen. De volgende dag is het plan om erop uit te trekken, maar de koude temperaturen en alleen douches met koud water hebben Bram een lichte griep opgeleverd dus blijven we nog een dagje lekker ‘thuis’. Rust doet veel goed en zodoende springt Bram de volgende dag alsnog achterop de scooter bij Brenda om de traditionele dorpen in de omgeving te verkennen.

Het Ngada volk leeft in deze regio nog in traditionele stijl, met huizen van hout en stro rondom een centraal plein dat wordt gebruikt voor ceremonies. We bezoeken de kleinere dorpen Luba, Tude en Tololela om de meer toeristische plekken te vermijden. Het leven lijkt zich hier in slow motion af te spelen. De vrouwen zitten op de veranda te weven, terwijl mannen bij elkaar zitten te keuvelen en de kinderen op het centrale plein spelen met een rubberen band. In de hoek zit meestal oma, getekend door rimpels, met een rode mond en nog een paar tanden over, flink te kauwen op betelnut. De jonge generatie spreekt een paar woorden Engels en zo komen we wat meer te weten over de tradities die ze naleven. Zo is er in het dorp Tude een nieuw traditioneel huis gebouwd dat binnenkort wordt ingewijd met muziek, dans en het offeren van het absurde aantal van 13 buffels. Het asfalt op de wegen van dorp naar dorp ontbreekt grotendeels, maar met onze recent opgedane motor-skills gaat het best soepel. Op de top van een berg vinden we een restaurant met uitzicht op de Inerie vulkaan met haar perfecte kegelvorm. Als we op weg naar de hot spring nog even langs Luba rijden voor een zonnige foto, krijgen we van een oude vrouw een vers geplukte papaja aangeboden als blijk van dank voor ons bezoek. En voor ons was het een bijzondere ervaring om het dagelijkse leven van de Ngada te aanschouwen, waarbij we maar weer eens beseffen in wat voor luxe we eigenlijk in Nederland leven. Terima kasih banyak!